Historie Broadcast Partners
Hoewel commerciële radio in Nederland pas sinds een het begin van de jaren negentig van de grond begon te komen, bestaat het bedrijf Broadcast Partners nu al 25 jaar.
Broadcast Partners staat aan de vooravond van een nieuwe groeifase in haar bestaan, welke gestaag vorm heeft gekregen sinds haar oprichting in 1979. Het groeipatroon van Broadcast Partners heeft sinds haar oprichting vrijwel parallel gelopen aan de groei van commerciële radio in Nederland en België.
De historie is ruwweg onder te verdelen in drie periodes:
- Aanloopfase: 1979-1985
- Ontwikkelingsfase: 1986-1994
- Professionaliseringsfase: 1995-heden
Elk van deze fasen zal hieronder worden beschreven.
Broadcast Partners werd opgericht in 1979 in Terneuzen en had aanvankelijk haar primaire werkterrein in België en het noordelijke deel van Frankrijk, waar zenders en zendapparatuur werd verkocht aan en onderhouden voor regionale radiostations. In tegenstelling tot vele andere markten in Europa, waren deze twee landen op dat moment al geliberaliseerd (de zgn. "Radio Libre").
Er bestond in deze periode een behoefte aan technische dienstverlening en levering van complete zenders en complementaire apparatuur. Na levering van een zender in Antwerpen in 1979, kwam oprichter/directeur Robert-jan van der Hoeven al snel in contact met klanten in het noordwesten van Frankrijk.
Vanuit een technisch perspectief was medeoprichter van het eerste uur en directeur/ aandeelhouder Steven Hamelink al van jongs af aan bezig met zendertechniek en elektronica. Vanuit die interessesfeer is Hamelink partner geworden in de firma.
In 1986 werd Broadcast Partners betrokken bij omroepexperimenten in Nederland. PTT Omroep en Televisie en Nozema exploreerden de mogelijkheden voor introductie van lokale radio in Nederland. Het staatsbedrijf PTT kwam bij Broadcast Partners terecht omdat het bedrijf reeds ervaring met kleinschalige etherradio had opgedaan in België en Frankrijk. De betrokkenheid van het bedrijf bij deze experimenten leidde tot de ontwikkeling van specifiek voor de Nederlandse, kleinschalige radio bedoelde zenders.
Vanaf 25 februari 1988 werd het lokale publieke omroepen wettelijk ook toegestaan om naast kabeldekking tevens in ether te mogen uitzenden. Dit leidde tot vraag naar zenders en apparatuur.
Tegelijkertijd wijzigde Broadcast Partners de koers en begon de nadruk neer te leggen op de ontwikkeling van kennis over omroeptechniek, als gevolg van een behoefte vanuit, in eerste instantie, andere landen dan Nederland.
1992 is het jaar waarin de eerste uitzendingen in Nederland van commerciële radiostations via de ether plaatsvinden. Tot dan toe is het alleen toegestaan om via een u-bocht constructie op de kabel uit te mogen zenden. Radio 10, Sky Radio en RTL Radio zijn de eerste stations die via FM restfrequenties uitzenden. Het gaat dan om 3 frequenties met niet meer dan een regionaal bereik.
In Nederland bestaat dan slechts één landelijke operator, de Nederlandsche Omroep Zender Maatschappij, kortweg Nozema, die sterk verweven is met de staat en de publieke omroep. Traditioneel verzorgt Nozema de uitzendingen van de nationale publieke omroepen en bij gebrek aan alternatieven waren de prille commerciële stations ook op de dienstverlening van het staatsbedrijf aangewezen. Begrijpelijkerwijs groeit dan ook de behoefte naar onafhankelijke expertise bij de commerciële stations.
Broadcast Partners heeft intussen aanzienlijke kennis opgebouwd over frequentieplanning en zendernetwerken en heeft inmiddels een aantal grote zendinstallaties gebouwd in Suriname, op de Antillen, in Nicaragua en in Afrikaanse landen. Broadcast Partners vult genoemde behoefte van de commerciële radiostations in. Als dan verschillende stations in juridische strijd verwikkeld raken rondom het verkrijgen van etherfrequenties, staat Broadcast Partners hen met haar kennis bij.
Traditioneel is de ether in Nederland inefficiënt ingedeeld. Tot de negentiger jaren bestond er geen noodzaak om de FM-band efficiënt in te delen. De publieke omroep was immers de enige vragende partij. De staat doet, daarin geassisteerd door Nozema, de vraag naar FM frequenties voor commerciële partijen af met het argument dat er geen frequenties beschikbaar zijn. De kennis van Broadcast Partners wordt aangewend in de vooral politieke en juridische strijd die commerciële radiostations voeren. De te verwerven ruimte voor commerciële etherradio kan dan ook alleen gerealiseerd worden door frequenties in te zetten die overbodig zijn in de publieke netten, of zelfs ongebruikt zijn. Sky Radio en Radio 538 weten in die periode respectievelijk de frequenties 100.7 MHz en 103.0 MHz uit de publieke frequentievoorraad los te weken. Broadcast Partners toont in de procedures aan dat deze in de publieke netten ook echt gemist kunnen worden. De publieke omroep probeert tevergeefs met hulp van Nozema de frequenties terug te krijgen.
Intussen maakt Broadcast Partners duidelijk, dat er veel meer mogelijkheden zijn voor commerciële radiofrequenties.
In 1996 geeft de overheid TNO opdracht voor een onderzoek naar de mogelijkheden voor herindeling van de Nederlandse FM-band. De resultaten, welke in 1998 worden gepresenteerd, blijken teleurstellend en zelfs niet eens uitvoerbaar. Broadcast Partners stelt dat vast in een rapport, waarvan de uitkomsten uiteindelijk worden onderschreven door overheid en de andere relevante partijen. In datzelfde rapport legt Broadcast Partners de hoofdlijnen voor een alternatief frequentieplan voor. In april 1999 legt Broadcast Partners een op haar rapport gebaseerd voorstel voor het vervaardigen van een nieuw Zerobase frequentieplan neer.
Dit rapport wordt overgenomen en vormde de basis voor de verdeling van commerciële etherfrequenties in Nederland. Uiteindelijk groeit de ruimte voor commerciële radio in Nederland tussen 1992 en 2003 van 3 tot ruim 250 FM frequenties (!)
Sinds 1997 wordt de kennis op het gebied van frequentieplanning van Broadcast Partners steeds verder uitgebouwd en uitgebreid met onder andere de komst van Henk Milius naar Broadcast Partners, als manager netwerk planning. Milius bracht een zeer ruime ervaring als frequentieplanner mee, een vakgebied waar hij zich al sinds 1982 in heeft gespecialiseerd. Zo was hij o.a. betrokken bij de planningsconferentie van Genève 1984, waar de FM-band internationaal opnieuw werd ingedeeld.
Parallel aan de consultancy activiteiten, bouwt Broadcast Partners haar belangen als tweede zenderoperator in Nederland op. Vanaf 1 januari 1998, zenden vijf van de zeven commerciële radiostations met FM-frequenties uit via zendernetwerken van Broadcast Partners.
In mei 2000 wordt het rapport met het Zerobase frequentieplan door Broadcast Partners en Nozema opgeleverd. Dit rapport bevat een aantal scenario’s, waarin ruimte wordt gecreëerd voor zeven tot tien landelijke pakketten. Na verschillende aanpassingen resulteert dit in een scenario waarin negen landelijke commerciële netten worden mogelijk gemaakt.
Ook internationaal breidt Broadcast Partners sterk uit. In september 2001 verwerft Broadcast Partners de opdracht voor de bouw en het beheer van het zenderpark van Q-Music in Vlaanderen. Broadcast Partners realiseert het net in zeer hoog tempo: binnen een maand is de eerste zender on-air en na een half jaar is 90% van het netwerk gerealiseerd.
Het succes van Q-Music krijgt een vervolg met de komst in december 2002 van 4FM, het tweede landelijke commerciële netwerk in Vlaanderen. Ook hier weet Broadcast Partners in snel tempo een kwalitatief hoogwaardig netwerk op te bouwen – binnen één week, tussen Kerst en Oud & Nieuw – worden acht zendersites in gebruik genomen.
2003 staat vooral in het teken van de realisatie van de implementatiefase van Zerobase in Nederland. In november van dat jaar wordt evenwel ook een zendernetwerk voor Talpa Radio International in gebruik genomen in Denemarken (Radio 100FM).

